Creëer je eigen rapport


Over ons
Hoofdstuk 1: Anticiperen om beter te beschermen
Hoofdstuk 2: Vergunnen en controleren
Hoofdstuk 3: Het beheer van onvoorziene gebeurtenissen
Hoofdstuk 4: Blik op de toekomst
Hoofdstuk 5: De interne werking van het FANC
Hoofdstuk 6: Jaarrekeningen 2016
Glossarium
 

HOOFDSTUK 4: BLIK OP DE TOEKOMST

Om vooruitgang te kunnen boeken, moet de expertise op het gebied van de bescherming tegen de risico’s van ioniserende straling steeds opnieuw kritisch in vraag worden gesteld. Dit bevragingsproces verloopt via intensieve inspanningen op het niveau van de internationale gemeenschap, door permanente uitwisselingen met de stakeholders, door de aanmoediging en de opvolging van het wetenschappelijk onderzoek en door de continue opleiding van de actoren van de betrokken sectoren.

Overdracht van de Belgische gegevens voor de UNSCEAR survey on medical exposures

UNSCEAR (United Nations Scientific Committee on the Effects of Atomic Radiation) heeft als mandaat de beoordeling van dosissen en effecten van blootstelling aan ioniserende straling en te melden. Daarom vragen zij periodiek informatie op omtrent blootstellingen aan ioniserende straling wereldwijd.

Zo werd ook aan België gedetailleerde informatie gevraagd omtrent de jaarlijkse medische blootstelling, aantal professionelen die werkzaam zijn in de medische beeldvorming en radiotherapie, en de grootte van het toestellenpark. In samenwerking met het RIZIV werden de gevraagde gegevens doorgegeven  in mei 2017. In een volgende stap, zullen ook de Belgische gegevens van professioneel blootgestelde personen worden doorgegeven.

 

Stralingsbescherming in de diergeneeskunde: contributie van FANC in een Belgische, Europese en internationale bewustwording

De stralingstoepassingen in de diergeneeskunde zijn de laatste decennia veel breder geworden. Waar vroeger de diergeneeskundige toepassingen beperkt waren tot gewone radiografieën, zien we nu een toenemend gebruik van computertomografie, interventieradiologie, nucleaire diergeneeskunde en ook radiotherapie.

Door deze evolutie zijn de stalingsrisico’s van de diergeneeskundige toepassingen sterk toegenomen en gediversifieerd. Het FANC heeft de bijhorende uitdagingen op het vlak van de stralingsbescherming al snel geïdentificeerd en -in overleg met de betrokken sector- gezocht naar passende oplossingen.

Maar het FANC heeft  deze problematiek, ook aangekaart op het Europese niveau via de koepelorganisatie van Europese stralingsbeschermings-autoriteiten HERCA (Heads of European Radiological protection Competent Authorities). Na enige aarzeling werd in 2012 een “Task Force” opgericht, die alleen kon concluderen dat dezelfde problematiek in heel Europa aanwezig was. Dit leidde tot de oprichting van een HERCA-werkgroep –net als de “Task Force” onder voorzitterschap van een FANC-medewerker-, die ondertussen verschillende concrete aanbevelingen heeft uitgewerkt. Zo onder meer met betrekking tot de noodzakelijke theoretische en praktische opleidingen stralingsbescherming voor de verschillende mogelijke toepassingen maar ook specifiek voor de verschillende actoren (dierenartsen, dierenarts-specialisten, dierenartsassistenten of aanverwante beroepen).

Op het internationale vlak bleven deze initiatieven niet onopgemerkt, waardoor ondertussen bij het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA, International Atomic Energy Agency) een “safety report” wordt voorbereid omtrent dit onderwerp, een proces waarbij eveneens een FANC-medewerker actief betrokken is.

Ook binnen de Internationale Commissie voor Stralingsbescherming (ICRP, International Commission on Radiological Protection) leidden de Belgische en Europese initiatieven tot het -voor het eerst sinds hun ontstaan- expliciet aankaarten van diergeneeskundige stralingstoepassingen. Recent werd daartoe een “task group” opgericht, mede voorgezeten door een FANC-medewerker. Tegelijk zal de “Main commission” van ICRP zich buigen over de ethische aspecten van de blootstelling van dieren aan ioniserende stralingen.

Het is dus onmiskenbaar dat FANC een voortrekkersrol speelde in het op-de-kaart zetten van de stralingsbeschermingsproblematiek die voortvloeit uit de hedendaagse diergeneeskundige toepassingen en dit blijft doen, zowel op het Europees als op het internationale vlak.

 

Het site-bezoek van Tessenderlo Chemie en de saneringswerken van de Winterbeek door de IAEA werkgroep “MODARIA II – working group 1”

In het kader van het programma van de IAEA “MODARIA II” (Modelling and Data for Radiological Impact Assessments) werd er de laatste week van juni 2017 door het SCK-CEN een bijeenkomst van de werkgroep “Assessment and decision-making for NORM & Legacy sites” georganiseerd in Brussel.

Het FANC heeft voor de internationale deelnemers van deze vergadering een bezoek georganiseerd aan de site van Tessenderlo Chemie: de radiologische gegevens m.b.t. de verschillende sites van Tessenderlo Chemie en het saneringsproces van de Winterbeek werden er voorgesteld. Na de voorstellingen, die plaatsvonden in de lokalen van Tessenderlo Chemie, was er ook een bezoek aan de werf waar de saneringswerkzaamheden van de Winterbeek verricht werden, alsook van de site voor de opslag van het besmet materiaal, de saneringsberging Kepkensberg. De deelnemers waren vooral geïnteresseerd in de samenwerking van de verschillende betrokken overheden en de interconnectie tussen de radiologische en niet-radiologische aspecten van het saneringsproces.

 

7de toetsingsconferentie van het Verdrag inzake Nucleaire Veiligheid

De zevende plenaire bijeenkomst van de verdragsluitende landen van het Verdrag inzake Nucleaire Veiligheid werd van 26 maart tot 7 april 2017 gehouden op de zetel van het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA) te Wenen.

Zeven maanden voor deze bijeenkomst heeft België, zoals voorgeschreven, een nationaal verslag opgesteld, dat op 15 augustus 2016 aan het IAEA werd overgemaakt. Dit verslag wordt door de andere verdragsluitende landen onderzocht en zij hebben schriftelijke vragen geformuleerd over het Belgische nationale verslag.

Voor de conferentie van de verdragsluitende landen heeft het Agentschap het proces gecoördineerd om een antwoord te formuleren op deze vragen. In februari 2017 heeft zij de antwoorden aan de IAEA overgemaakt.

Tijdens de eerste week van de voltallige bijeenkomst van de verdragsluitende landen, gaf de Belgische delegatie, die bestaat uit experts van het FANC, Bel V en ENGIE-Electrabel, een presentatie voor de onderzoeksgroep van 12 landen waar België deel van uitmaakt en heeft zij mondeling geantwoord op de vragen die er werden gesteld.

Door deze onderzoeksgroep werd er een verslag opgemaakt van de Belgische situatie. Volgens dit verslag werd er op de volgende domeinen goed gescoord:

1 – het beheersproces dat werd ingevoerd met betrekking tot de foutindicaties in de reactorkuipen van Tihange 2 en Doel 3 die op problemen zouden kunnen wijzen, waarbij meerdere wetenschappelijke organisaties en internationale regelgevende instanties waren betrokken, evenals de open toegang tot de beschikbare informatie

2 – de gekruiste inspecties die samen met de buurlanden werden uitgevoerd.

3 – een extra niveau voor de melding van noodsituaties (“reflexmodus”) die samenhangen met snel ontwikkelende ongevallen.

4 – het LTO-proces (Long term operation) met het verplichte actieplan, inclusief de continue verbetering van de veiligheid van de kernreactoren dankzij de vele plannen voor verbetering.

Er werden eveneens uitdagingen (challenges) geïdentificeerd:

1 – de afronding van het Nationaal Noodplan

2 – de uitvoering, door de operator, van de lopende actieplannen (veiligheidscultuur, stresstests, LTO, brandrisico en probabilistische veiligheidsstudie, referentieniveaus WENRA 2014), en de daarmee samenhangende controle door de toezichthouder.

3 – de afronding van de voorbereiding van de definitieve stillegging en de toekomstige ontmanteling van de centrales.

4 – de afronding van de actieplannen die voortvloeien uit de IRRS

Tijdens de tweede week van de bijeenkomst werden belangrijke onderwerpen die het toetsingsproces aan het licht bracht, geïdentificeerd en behandeld, wat dan leidde tot het eindverslag van de conferentie.

Daarbij werden vooral de volgende punten besproken en onderzocht:

  • de opvolging van de problemen die tijdens de zesde toetsingsconferentie werden geïdentificeerd;
  • de inspanningen die werden geleverd in het kader van de Verklaring van Wenen die in februari 2015 werd goedgekeurd tijdens een diplomatieke conferentie van de verdragsluitende landen.

 

België heeft, net als de voorgaande keren, zijn verplichtingen voor deze zevende toetsingsconferentie nageleefd.

 

Zesde editie van het verslag van het Gezamenlijk Verdrag (‘Joint Convention’) van het IAEA

Het zesde Belgisch nationaal verslag werd uitgegeven en aan het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA) te Wenen overgemaakt. Dit zesde verslag (in het Engels), dat in samenwerking met het FANC, Bel V, NIRAS/ONDRAF, en Electrabel werd opgesteld, geeft een volledig overzicht van de Belgische praktijken inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en de veiligheid van het beheer van radioactief afval en beschrijft de wijze waarop België de verschillende artikels van het Gezamenlijk Verdrag toepast.

Dit verslag wordt aan een peer review onderworpen en zal worden besproken op de zesde vergadering van de verdragsluitende partijen bij het Gezamenlijk Verdrag die eind mei 2018 op de zetel van de IAEA zal doorgaan.

 

Conferentie van Europese nucleaire veiligheidsautoriteiten in Brussel

De vierde editie van de tweejaarlijkse conferentie van ENSREG (European Nuclear Safety Regulators Group), de groep van de Europese veiligheidsautoriteiten, vond plaats op 28 en 29 juni 2017 in Brussel.

Deze editie was de gelegenheid bij uitstek om alle belanghebbenden (exploitanten, industriëlen, NGO’s, Europese Commissie, lidstaten) samen te brengen met de Europese autoriteiten voor nucleaire veiligheid en stralingsbescherming en sommigen van hun buitenlandse collega’s in de Europese Unie, om de vooruitgang en de gemeenschappelijke uitdagingen op vlak van nucleaire veiligheid te bespreken.

De conferentie bracht meer dan 270 afgevaardigden uit 32 verschillende landen samen. De deelnemers bespraken diverse onderwerpen, zoals het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval, het vergunningsproces en de langetermijnuitbating (LTO, long term operation).

De voornaamste conclusies van deze conferentie zijn beschikbaar op de website van ENSREG.

 

Eerste vergadering van de Duits-Belgische nucleaire commissie

Op 7 en 8 juni vond de eerste Duits-Belgische nucleaire commissie plaats. Een dergelijk overleg tussen experten  van de Duitse en Belgische nucleaire regulator is een centraal gegeven in het Duits-Belgisch nucleaire verdrag, ondertekend door de Duitse minister van Leefmilieu Barbara Hendricks en de Belgische vice-premier Jan Jambon eind 2016. Deze commissie wil regelmatig overleggen met als doel het vertrouwen op te bouwen en elkaar over respectievelijke vragen in verband met nucleaire veiligheid te informeren.

Aan dit tweedaags overleg namen van Duitse kant experts deel van het federale Bundesministerie en vertegenwoordigers van de Duitse deelstaten Nordrhein-Westfalen en Rheinland-Pfalz. Van Belgische kant namen verschillende vertegenwoordigers van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle deel. In deze eerste sessie werd het kader voor de verdere samenwerking vastgelegd, net als voor communicatie-uitwisseling, waarmee meteen ook het fundament voor de samenwerking van de nucleaire commissie werd gecreëerd.

De commissie bekeek vragen over de nucleaire veiligheid en over Tihange 2 en Doel 3. De Duitse delegatie bracht hierbij opnieuw de bezorgdheden van de Duitse bevolking in herinnering en de vraag van Duitse minister Barbara Hendricks aan minister Jambon om de exploitatie van deze reactoren stop te zetten.

In 2018 wordt opnieuw een ontmoeting tussen de Belgische en Duitse veiligheidsexperts voorzien, om zo nog openstaande vragen langs Duitse kant, o.a. over de vaststellingen in verband met de waterstofvlokken bij de reactorvaten van Tihange 2 en Doel 3 te bespreken. Begin 2018 wordt dan een workshop met als thema ‘ontmanteling’ georganiseerd.

In december 2016 ondertekenden de Belgische en Duitse regeringen het Duits-Belgische nucleaire verdrag. Daarmee kreeg deze bilaterale samenwerking een nieuw, en van rechtswege bindend, karakter. Aanleiding hiertoe was de heropstart van de Belgische reactoren Tihange 2 en Doel 3 eind 2015. Dit leidde – vooral in de Duitse grensregio’s – tot een bezorgdheid bij de bevolking. Het mandaat van de Duits-Belgische nucleaire commissie omvat dan ook het beantwoorden van deze bezorgdheid over de nucleaire veiligheid, bescherming tegen de gevolgen van ioniserende straling en het opvolgen en beheren van nucleaire brandstof en afval.

 

Publicatie nationaal rapport in kader van het verouderingsbeheer in Belgische kerncentrales en onderzoeksreactoren

In 2014 nam de Raad van de Europese Unie de richtlijn 2014/87/EURATOM aan waarbij een Europees systeem van Topical Peer Review wordt ingevoerd voor de continue verbetering van de nucleaire veiligheid van reactoren dat om de zes jaar wordt herhaald. Het onderwerp dat Europa koos  voor de eerste Topical Peer Review is het verouderingsbeheer in kerncentrales en onderzoeksreactoren. Deze oefening, die zo de zeven Belgische vermogensreactoren en de BR2-onderzoeksreactor van het SCK-CEN in Mol omvat, werd begin 2017 gelanceerd en eindigt in 2022.

Aan het einde van dit eerste jaar publiceerde het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC), in overeenstemming met de specificaties van Europa, het Belgische nationale evaluatierapport inzake verouderingsbeheer van de kerncentrales Doel en Tihange en de onderzoeksreactor BR2 van het SCK-CEN in Mol.

In 2018 worden de nationale rapporten van de verschillende Europese landen door de andere Europese landen beoordeeld om mogelijke tekortkomingen en goede praktijken te identificeren om zo de veiligheid van kernreactoren in de komende jaren te verbeteren.

De referentietermen en technische specificaties voor deze Topical Peer Review-oefening zijn beschikbaar op de website van de European Nuclear Safety Regulators Group (ENSREG).

Het gepubliceerde nationale rapport is het resultaat van bijdrages van de reactoroperatoren, ENGIE Electrabel en het SCK • CEN, en de evaluatie van het verouderingsbeheer door de nucleaire veiligheidsautoriteit.

Als besluit bij dit rapport concludeert het FANC dat :

  • het programma voor verouderingsbeheer voor de kerncentrales van Doel en Tihange voldoet aan de internationale normen en een adequate opvolging toelaat op de veroudering van de componenten die belangrijk zijn voor de nucleaire veiligheid, zelfs als de toepassing ervan op het terrein nog kan worden verbeterd. Het FANC concludeert dat de verbeteringen die zijn geïnitieerd in het kader van de laatste tienjaarlijkse evaluaties of in het kader van de LTO-projecten (Long Term Operation) aanzienlijke verbeteringen zijn die toelaten op korte termijn een alomvattend en systematisch programma voor het verouderingsbeheer te bekomen. Het FANC stelt Electrabel geen nieuwe vereisten over dit onderwerp in het kader van dit nationale rapport.
  • voor de BR2-onderzoeksreactor, toont dit rapport aan dat het BR2-programma voor het verouderingsbeheer niet helemaal volledig is, maar dat de acties die sinds 2016 zijn gestart als onderdeel van de recentste tienjaarlijkse herziening een adequaat verouderingsbeheersprogramma moeten opleveren. Als besluit bij dit rapport vraagt het FANC verschillende aanbevelingen toe te voegen aan het actieplan voor deze tienjarige herziening van de BR2-reactor om het programma voor het verouderingsbeheer dat momenteel wordt ontwikkeld, te voltooien.

 

Europese vergadering bij het FANC over veilig vervoer van radioactieve stoffen

Op dinsdag 16 en woensdag 17 mei 2017 vond in de gebouwen van het FANC de 13de vergadering plaats van de Vereniging van de bevoegde Europese autoriteiten voor het veilig vervoer van radioactieve stoffen (EACA). Het FANC neemt elk jaar actief deel aan de vergadering en de activiteiten van EACA, samen met zijn Europese collega’s.

EACA wil een gemeenschappelijke visie ontwikkelen en de regelgevingen die van toepassing zijn op het vervoer van radioactieve stoffen in Europa harmoniseren. Het is de bedoeling om een hoog veiligheidsniveau te bereiken en te behouden voor het vervoer van radioactieve stoffen, via de uitwisseling van goede praktijken tussen bevoegde autoriteiten en door samen te werken rond bepaalde onderwerpen.

Tijdens de dertiende vergadering van de Vereniging kwamen verschillende technische onderwerpen over het vervoer van radioactieve stoffen aan bod. Zo werd onder meer de Europese richtlijn die de basisnormen vastlegt voor de bescherming van de gezondheid tegen de blootstelling van ioniserende straling besproken en hoe de lidstaten deze richtlijn implementeren in hun nationale regelgeving. Deze vergadering was ook een gelegenheid om een update te presenteren over de nieuwe website van de Vereniging, die door het Agentschap in 2014 werd ontwikkeld.

Aan deze vergadering namen België, Finland, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Nederland, Slovakije, Slovenië, Spanje, Zwitserland, Groot-Brittannië en de Europese Unie deel. De deelnemers waren na afloop tevreden met de positieve en constructieve sfeer tijdens de vergadering.

De volgende vergadering van EACA vindt plaats in mei 2018 in Frankrijk.

 

Vierde vergadering van de Belgisch-Luxemburgse Commissie Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming

De vierde vergadering van de Belgisch-Luxemburgse Commissie Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming vond plaats op 23 maart 2017 op het Ministerie van Volksgezondheid in het Groothertogdom Luxemburg.

De oprichting van deze commissie vloeit voort uit het akkoord van 14 mei 2013, gesloten tussen de Belgische minister van Binnenlandse Zaken en de Luxemburgse minister van Volksgezondheid. Het betreft de organisatie van de bilaterale samenwerking inzake nucleaire veiligheid en stralingsbescherming tussen beide landen.

Tijdens deze vergadering wisselden de delegaties van de twee landen van gedachten over de recente ontwikkelingen in de Belgische nucleaire inrichtingen, in het bijzonder in Tihange. Zo werden de Luxemburgse parlementaire vragen over de nucleaire veiligheid in België voorgelegd, net als de wijzigingen aan de centrale als gevolg van de stress tests en van de langetermijnuitbating. Daarnaast bespraken beide partijen de feedback op de nucleaire noodplanoefening in Tihange, die plaatsvond op 29 november 2016 en waaraan Luxemburg deelnam als waarnemer.

In verband met de medische toepassingen, maakten de twee landen een stand van zaken op van de gemeenschappelijke inspanningen op vlak van rechtvaardiging van controles, met in het bijzonder de audits in de ziekenhuizen en de sensibiliseringscampagnes. Verder maakten zij de balans op van de gekruiste inspecties omtrent het rechtvaardigingsproces. Zo werd in 2016 de week van de Europese inspecties van de diensten medische beeldvorming georganiseerd. In deze context namen inspecteurs van beide landen als waarnemer deel aan de inspecties, met als doel om hun ervaringen te delen.

Op vlak van stralingsbescherming hadden de twee delegaties het onder andere over de omzetting van de Europese richtlijn die de basisnormen vastlegt voor de bescherming van de gezondheid tegen de blootstelling van ioniserende straling. Ook kwam de radonproblematiek aan bod, waarvoor een actieplan is voorzien in de context van bovengenoemde richtlijn.

Over het algemeen is de bedoeling van deze vergadering dus om een stand van zaken op te maken van de talrijke samenwerkingsacties die reeds bestaan en die nog  worden opgezet met het oog op de continue verbetering van de nucleaire veiligheid en de stralingsbescherming.

De twee delegaties drukten hun tevredenheid uit na afloop van deze vierde vergadering, die in een hartelijke en constructieve sfeer verliep.

 

ANVS en FANC ondertekenen samenwerkingsprotocol

De bestuursvoorzitter van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS), Jan van den Heuvel, en de Directeur-Generaal van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC), Jan Bens, ondertekenden op donderdag 14 september 2017 bij de ANVS een samenwerkingsprotocol. Hierin legden zij vast op welke manier zij hun samenwerking gaan uitbreiden en waar ze elkaar meer over gaan informeren.

De ANVS en het FANC zien in respectievelijk Nederland en België toe op de nucleaire veiligheid en op de bescherming van bevolking, werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van ioniserende straling. Vanwege de grensoverschrijdende aspecten van het veiligheidsbeleid hechten de beide organisaties groot belang aan een betere samenwerking. Om de al bestaande samenwerking te formaliseren, uit te breiden en te concretiseren, werden hier nu afspraken over vastgelegd in een protocol. Deze afspraken zijn gebaseerd op relevante richtlijnen van de Europese gemeenschap voor Atoomenergie, Euratom.

Samenwerken en informeren

In het protocol staan een aantal onderwerpen beschreven waarop de beide autoriteiten zo breed mogelijk gaan samenwerken en waar ze elkaar meer over gaan informeren. Verder staan er in dit protocol afspraken over het bijwonen van wederzijds inspecties, deelname aan opleidingen en trainingen en samenwerking op het gebied van onderzoek, publieke communicatie en de erkenning van transportcontainers.

Overleggen

In het protocol is vastgelegd dat de beide autoriteiten zo vaak als nodig, maar tenminste één keer per jaar formeel met elkaar overleggen. In onderling overleg kunnen ad hoc, tijdelijke of permanente subcommissies voor specifieke aandachtsgebieden worden ingesteld.

 

Rondetafel blootstellingsregister en individuele monitoring van de werknemers

Op 13 juni 2017 heeft het FANC een ontwerp voorgesteld voor de aanpassing van het reglementair kader m.b.t. het dosimetrisch toezicht van de werknemers van de betrokken sector (diensten voor fysische controle, erkende dosimetrische diensten, vertegenwoordigers van de erkende arbeidsgeneesheren). Met dit ontwerp wil men, enerzijds, in de regelgeving de bepalingen opnemen/ontwikkelen m.b.t. het blootstellingsregister, het stralingspaspoort en de bescherming van de externe werkers en, anderzijds, de praktische bepalingen voor het individueel dosimetrisch toezicht. Deze aanpassingen zijn nodig in het kader van de omzetting van de Richtlijn 2013/59/Euratom in onze nationale regelgeving (deadline vastgelegd op 6 februari 2018), maar ook omwille van de overname door het FANC van de opdrachten inzake dosimetrisch toezicht, waaronder de uitbouw en het beheer van een blootstellingsregister. Na de rondetafel werd de sector gevraagd naar eventuele bemerkingen over de voorgestelde teksten.

 

Overleg inzake de opportuniteit van het installeren van een proton- of hadrontherapiecentrum in België

Op vraag van het FANC vond een overleg plaats tussen de beleidscellen Binnenlandse Zaken en Sociale Zekerheid en Volksgezondheid, FANC en FOD Volksgezondheid inzake de opportuniteit van het installeren van een protontherapiecentrum in België. De installatie van een dergelijk centrum dient immers te gebeuren binnen wettelijke en reglementaire contouren zoals omschreven in de ziekenhuiswet en de Europese en federale regelgeving, o.m. ook de FANC-regelgeving. Indien men over zou gaan tot programmatie, moet de uitvoerende macht in voldoende mate de beperkende maatregelen motiveren.

Hiervoor is er nood aan een degelijk, onafhankelijk expertenadvies met pertinente wetenschappelijke (klinische) referenties. Dit advies moet duidelijk de behoeften van de Belgische patiënten objectiveren en vertalen naar het benodigde aantal protoncentra waarbij niet mag voorbijgegaan worden aan de hoge kostprijs van een centrum voor de samenleving.

De programmatie en de organieke normen worden binnen het federale kader verder vastgesteld. Toestellen die niet opgesteld zijn in een ziekenhuis, komen niet in aanmerking voor klinisch gebruik op de mens. Tot slot werd ook over de financiële verantwoordelijkheid voor de latere ontmanteling gesproken.

 

Convention on Radiation Protection Research

In het voorjaar van 2017 werd de Belgian Convention for Radiation Protection Research geformaliseerd. Deze conventie heeft tot doel om de onderzoeksgroepen die  werken in het domein van de stralingsbescherming in België, samen te brengen en een Belgische roadmap op te stellen voor het onderzoek met betrekking tot onder meer effecten van lage doses, radio-ecologie, dosimetrie, respons op nucleaire en radiologische noodgevallen, stralingsbescherming in medische toepassingen van straling, en de sociale en humane wetenschappen die zich bezighouden met ethiek, risicocommunicatie, risicoperceptie en veiligheidscultuur.

De Belgische onderzoeksactiviteiten worden gelinkt met de onderzoeksprioriteiten in de strategische onderzoeksagenda’s van de verschillende Europese platformen (MELODI, EURADOS NERIS, ALLIENCE EURAMED en SSH.

De formele verantwoordelijkheid voor de conventie bevindt zich op het niveau van de Belgische overheid, vertegenwoordigd door de minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame ontwikkeling, en mede-ondertekend door de minister van Binnenlandse Zaken. Samen met vertegenwoordigers van Economie vormen FANC, Bel V en SCK•CEN het Steering Committee. SCK•CEN werd aangeduid als Programme Manager en Belgian Implementing Agent voor deze conventie.

In mei 2017 werd een kick-off workshop georganiseerd waarbij de conventie werd voorgesteld aan de Belgische onderzoeksgroepen, en waarbij zij werden uitgenodigd zich aan te sluiten bij deze conventie. Op dit moment zijn reeds 7 onderzoeksentiteiten aangesloten.

 

Rondetafel “natuurlijke radioactiviteit”

In het kader van de voorbereiding van de omzetting van de richtlijn 2013/59/Euratom (“Basic Safety Standards Directieve”), organiseerde het FANC op 23 juni  2017 twee rondetafels over natuurlijke radioactiviteit; de eerste had specifiek betrekking op de natuurlijke radioactiviteit van bouwmaterialen en de tweede op radon. Het doel van deze twee rondetafels bestond erin aan de stakeholders de BSS-voorschriften ter zake voor te stellen, alsook de wijze waarop het FANC deze voorschriften in de Belgische regelgeving wil implementeren en de stakeholders de mogelijkheid te bieden zich hierover uit te spreken. Het FANC heeft ook de resultaten van zijn recente meetcampagne naar radioactiviteit in bouwmaterialen voorgesteld. Bij elke rondetafel waren er verschillende tientallen deelnemers van diverse achtergronden (industrie en bouwprofessionnals, laboratoria, vertegenwoordigers van andere betrokken ministeries en regionale en lokale overheden).

 

Status overleg Myrrha

In het kader van het vooroverleg aangaande het MYRRHA project van het SCK·CEN, lag de focus van het FANC in 2017 op het opstellen van de voortgangsrapportage waarmee de periode 2016-2017 werd afgesloten en welke de basis vormt voor het werk van de komende periode.

In deze voortgangsrapportage werd geconcludeerd dat het SCK·CEN belangrijke vorderingen heeft gemaakt op de diverse gebieden onderliggend aan het vooroverleg, en dat ze, in het algemeen, kon voldoen aan de verwachtingen van het FANC wat betreft de inhoud en structuur van de overgemaakte informatie. De globale progressie is overeenkomstig met de verwachtingen voor de periode 2016-2017 die werden vastgelegd op het einde van 2015.

Het vooroverleg van MYRRHA gaat door en zal de komende jaren nog belangrijke inspanningen vereisen van alle partijen die betrokken zijn bij dit vooroverleg.

 

Lentesymposium radiologie

Op 22 april 2017 organiseerde het Agentschap opnieuw een Lentesymposium ‘Stralingsbescherming in de radiologie’. De thema’s van deze sessie waren rechtvaardiging en optimalisatie van procedures binnen de radiologie.

Voor het onderdeel rechtvaardiging gaf het FANC toelichting bij de inspecties rond individuele rechtvaardiging die er binnen de sector werden gehouden in het kader van de HERCA inspectiecampagne hieromtrent. Het Jessa ziekenhuis heeft aansluitend de rechtvaardigingsprocedures binnen het dit ziekenhuis in Hasselt toegelicht. De implementatie van rechtvaardiging binnen dit centrum zijn een referentie voor good pratice voor de hele sector.

Binnen het onderdeel optimalisatie gaf het FANC een update over de nationale patiëntendosimetriestudies die het Agentschap organiseert. Het FANC heeft verder ook een overzicht gegeven van de mogelijkheden tot optimalisatie van interventionele radiologische technieken. Binnen dit domein worden de patiënten potentieel aan relatief hoge doses blootgesteld, waarbij het risico op huidletsel niet kan uitgesloten worden.

 

Opleiding chauffeurs en veiligheidsadviseurs

Het FANC leidt vrachtvervoerders op voor het vervoer van radioactief materiaal, die de klasse 7 omvat van de gevaarlijke goederen volgens de Europese DAR overeenkomst inzake het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg. In 2017 telde de basisopleiding en de opfriscursus 101 deelnemers.

Na het voltooien van de specialisatie- of opfriscursus en het slagen van het examen, verkrijgen de houders van het ADR-rijvaardigheidscertificaat de uitbreiding naar klasse 7, afgegeven door het Agentschap.

Ten slotte heeft het FANC twee instituten erkend, namelijk Vinçotte Controlatom en Dangerous Goods Training, die opleidingen verzorgen voor veiligheidsadviseurs voor klasse 7. Het examen wordt georganiseerd door het Agentschap dat het trainingcertificaat afgeeft. 21 mensen hebben in 2016 het examen afgelegd, waarvan één iemand niet slaagde voor dit examen.

Klachtenbeheer

Het FANC hecht groot belang aan de kwaliteit van zijn diensten en werkte daarom een procedure voor klachtenafhandeling uit. Door middel van klachten drukken de klanten hun ontevredenheid uit over de geleverde diensten van het FANC. In dit opzicht zijn klachten een waardevol instrument in termen van feedback en kunnen ze nuttig zijn om de kwaliteit van onze producten en geleverde diensten te verbeteren. De klachten dragen tevens bij aan de permanente optimalisering van de werking van de organisatie.

WILT U MEER WETEN?

Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle
Ravensteinstraat 36, 1000 Brussel - België
T: +32 (0)2 289 21 11 - F: +32 (0)2 289 21 12

WILT U MEER WETEN?

Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle Ravensteinstraat 36, 1000 Brussel - België
T: +32 (0)2 289 21 11 - F: +32 (0)2 289 21 12

Copyright 2017

made with passion @comfi

Copyright 2017

made with passion @comfi